steen in de vijver punt info
→ KAN DEMOCRATIE ZONDER KUNST?
 
 
Is kunst een voorwaarde voor democratie? Als dat zo is, dan is kunst meer dan een persoonlijke hobby en heeft ze juist daarom een wezenlijk publiek belang. Steen in de vijver wil onderzoeken wat kunst kan bijdragen aan onze hedendaagse samenleving. Deel onze missie, en denk mee!

→ bijdrage@steenindevijver.info

mail ons
In de media worden soms subjectieve uitspraken van mensen tot objectieve waarheden gevormd. En die aannames kunnen grote schade berokkenen aan de cultuursector. Zo is het nog maar de vraag of bijvoorbeeld de uitspraak ‘het museumbezoek loopt terug’ waar is. Steen in de Vijver wil die aannames gaan verzamelen en gaan onderzoeken op hun houdbaarheid. Leest u weleens van die aannames in de media waarvan u zich afvraagt of ze eigenlijk wel waar zijn? Mail ons dan.
Amsterdam, 21 oktober 2013: Sommigen zeggen: kunst bloeit tijdens perioden van economische rijkdom. Zij wijzen op de 17e eeuw en de tweede helft van de 20ste ter ondersteuning van hun bewering.
Anderen zeggen: als kunstenaars lijden komt er mooie kunst van.
Een beetje in het verlengde daarvan, staat de bewering: crisis, met name oorlog, stimuleert nieuwe vormen van kunst en andere (sociale) uitvindingen.
Als ze alle beweringen waar zijn, is de economische situatie niet bepalend voor de kunsten.
Wie kan het zeggen?

Inge van der Vlies
Eindhoven, 19 maart 2013: Steen in de vijver is nu een paar weken bezig en de eerste mails komen binnen van mensen die ‘aannames’ willen laten testen. Het idee achter de aannames was dat er in de media allerhande cijfers en verhalen rondzingen over kunst die ongeverifieerd en soms zelfs aantoonbaar onjuist zijn en die met cijfers weerlegd kunnen worden. Maar kunstenaar Arnoud Holleman stuurde ons een mailtje dat ons wees op een ander probleem, namelijk dat wat meetbaar is, niet per definitie van waarde is.

Als docent verbonden aan de Design Academie in Eindhoven volgde hij met groeiend ongenoegen de discussie over ‘luie’ studenten die met behulp van een ‘bindend-studieadvies’ uit hun functie ontheven zouden worden. Het plan van minister Bussemaker klinkt begrijpelijk, maar de praktijk van het toepassen van dit zware middel staat in Arnouds beleving op twee manieren haaks op de oplossing van de minister.

1.) In de klas die hij begeleidde zaten twee studenten die kandidaat waren voor het ‘bindend-studieadvies’. Maar niet omdat ze lui waren, maar omdat ze bepaalde leerstof niet klakkeloos overnamen. In kunstonderwijs is dit probleem mogelijk nijpender dan elders, maar feit is dat sterren van straks vaak niet de braafste jongens en meisjes uit de klas zijn. Onderscheidend vermogen is een basisvoorwaarde voor kunstenaars en ontwerpers en dat gaat bijna altijd samen met een kritische blik en een sterke eigen wil. De gemene deler, die in de Haagse cijfers misschien de parel van het onderwijs is, is in de werkelijkheid zelden het talent waarop je een levendige kunstklimaat kunt bouwen.

2.) Opleidingen krijgen een bonus voor elke uitgeven diploma, dus wegsturen raakt niet alleen de student maar ook de opleiding. Haalt een student een tweede jaar, dan heeft niet alleen de student tijd geïnvesteerd, ook de opleiding sluit een hypotheek op levensverzekering af die pas bij de eindstreep wordt uitgekeerd. Dus wegsturen is niet zozeer praktisch maar vooral financieel onmogelijk.

Kortom schermen met wegsturen klinkt stoer, maar is een schijnoplossing onderbouwd met lege cijfers – zeker in het kunstonderwijs. Kwaliteit zit niet in het aantal disciplinaire maatregelen van een opleiding en het goede gemiddelde, maar in de kwaliteit van de docenten om eigenzinnige oplossingen bedenken voor eigenzinnige studenten. Kijk dus liever naar prikkels die opleidingen krijgen om te doen wat ze doen en hoe je kunt zorgen dat er kwaliteit voor de klas staat, dan met veel tamtam een plan lanceren waar in het onderwijs niemand op zit te wachten.

Steven ten Thije